Nynke Koster | Museum Beelden aan Zee

Nynke Koster

7 oktober - 22 november 2020

Nynke Koster

Vanitasflora

Toen Nynke Koster (Den Haag 1986) aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag ging studeren, koos ze voor de richting Interieurarchitectuur en Meubelontwerpen. Zij wist toen al dat ze geen meubels wilde maken: ‘In een meubel verenigen zich het vluchtige van het interieur en het tastbare van het object’.  Niet voor niets is een van de belangrijkste inspiratiebronnen van Koster de architect Victor Horta (1861-1947). De invloed van de vader van de Belgische Art Nouveau op haar werk is terug te vinden in een zekere voorliefde voor onregelmatige vormen en gebogen lijnen, de aantrekkingskracht van het materiaal, maar vooral in het streven naar een soms wonderbaarlijk evenwicht tussen 'decoratief momentum' (een esthetische keuze), en structurele noodzaak. In het vroege werk van Koster vertaalt zich dit in het samenkomen van architectonische elementen en meubels in een object dat op de grens tussen design en autonome kunst balanceert.  

 

De beroemde Porte del Paradiso (de deuren van de doopkapel, die de Renaissancistische architect Lorenzo Ghiberti (1378-1455) tussen 1425 en 1442 voor de Dom in Florence maakte) zijn onderwerp van het afstudeerproject van Nynke Koster in 2013. Ze maakt hiervoor een afgietsel van de deuren die als beloopbaar vloerornament wordt gepresenteerd. Hiermee herpositioneert ze letterlijk en figuurlijk het beroemde kunstwerk. Door de kijk op de deur te veranderen en hem een ander doel te geven, speelt Koster met de relatie van de toeschouwer tot het kunstwerk.  

Figuurlijke en letterlijke herplaatsing is er ook in Elements of Time te vinden. Deze verzameling krukken, 'zitobjecten’ zoals ze Nynke noemt, uit 2014 verbeelden een Barok plafond, een hoek van een Jugendstil gebouw en een Cassette uit het Neoclassicisme. Ze zijn één voor één afgietsels van onderdelen van monumentale gebouwen uit verschillende eeuwen, die naast elkaar bestaan in een fysieke tijdslijn. Het koele, architectonische element en de zachte, kleurrijke rubber waarvan die van zijn verwaardigd, komen hier samen in een intense wisselwerking van materiaal en oppervlakte. Op een subtiele, aantrekkelijke manier geeft Koster een nieuwe plek aan de bestaande wereld om ons heen.  

De fascinatie van Nynke Koster voor het verleden en de plaats die het inneemt in het collectieve geheugen, vormt een rode draad door haar hele oeuvre. In 2018 maakt ze voor de openluchttentoonstelling Beelden in Leiden het werk Khepri, gebaseerd op een scarabee-amulet uit de collectie van Rijksmuseum Oudheden in Leiden, waarmee zij de Publieksprijs heeft gewonnen. Het jaar daarop geeft de gemeente Delft Nynke Koster opdracht om een permanent kunstwerk  in de binnenstad te maken. De opdrachts-vraag, die een reflectie op de Gouden Eeuw vereist, biedt de kunstenares de kans zich in de complexiteit van dit tijdperk te verdiepen. Het is de tijd waarin de zeehelden grote daden verrichten, maar hier begint eveneens van de slavernij en de tijd van grote stromen immigranten die ‘nieuwe’ kennis met zich mee brachten. Koster besluit om de tegenstrijdigheden van de Gouden Eeuw in het kunstwerk weer te geven. Echo is een betonnen schijf met een diameter van 6.5 meter ze het puttertje van Fabritius, de weerspiegelingen van Vermeer, maar ook de slavernij. In Echo alles is gelijkgetrokken, er zijn geen helden, geen slachtoffers, elk waardeoordeel is opgeschort. 

 

VANITASFLORA 

In het nieuwe werk dat Nynke Koster speciaal voor het Kabinet van museum Beelden aan Zee maakte, verkent ze de thema’s die haar oeuvre kenmerken en brengt ze samen tot een nieuw geheel. Een kolossale gebogen constructie pronkt midden in de museumruimte. ‘Een groot gebaar’ noemt Nynke het. Inderdaad: het hele plafond van het Kabinet schijnt in zijn geheel naar beneden te zijn gevallen.  Alle bogen zijn nog intact, de ribben die de kapelachtige ruimte onderscheiden, onaangeroerd. Vanitasflora, zo heet het werk, is een ode aan het leven en 'memento mori' in een.  

Het architectonische element is in dit kunstwerk het gehele plafond, een stuk geschiedenis van het museum: deze ruimte was voor de bouw van het museum in 1994 de wijnkelder van het bovenop gelegen negentiende-eeuwse Paviljoen de Witte. Deze historisch onder keldering is door de bouw van het museum ineens gepromoveerd tot plafond in de hoogte. Het is niet alleen de herinnering aan het verleden maar het wordt drager van de geschiedenis die we nu aan het schrijven zijn, aldus Koster.  

Op de bogen ligt een landschap van bloemen en planten, volgens een bepaald patroon, een stilistische verwijzing naar de Negentiende-euwse ornamentiek en met name naar de toen zo geliefde plafondrozetten. Nynke gebruikt hiervoor geen gestileerde bloemen, maar afgietsels van bedreigde vegetatie die in de duinen rondom Den Haag voorkomt. In het werk maakt ze de problematiek rondom klimaat en stikstof tastbaar. Hiervoor heeft ze de meest bijzondere en kwetsbare exemplaren gekozen die symbool staan van de natuur die straks niet meer zal bestaan. In de harmonieuze compositie schuilt een steeds sterkere bewustwording van onze verantwoordelijkheid voor de wereld om ons heen.  

Nynke is voor Vanitasflora aan het werk gegaan als een middeleeuwse ambachtsvrouw, werkend aan de dakconstructie van een kerk: op een houten raamwerk maakte ze bogen van klei. Deze werden in het museum aangebracht en aan de lucht gedroogd. Klei is een duurzaam maar zeer breekbaar materiaal, dat voor fragiliteit van onze omgeving staat: als we het achteloos behandelen, zal het barsten en afbrokkelen. Het evenwicht tussen mens en natuur is aan ons, schijnt dit kunstwerk aan te herinneren. Het gaat om een moderne vertaling van het concept van 'memento mori', (gedenk te sterven), vooral bekend van de vanitas-schilderijen: de zeventiende-eeuwse stillevens met schedel en (uitgaande) kaars, waarin de vergankelijkheid van het aardse leven centraal staat en die als doel hadden om de beschouwer aan te zetten tot een goed leven.  Kosters Vanitas waarschuwt echter voor het leven van de natuur om ons heen en onze collectieve verantwoordelijkheid voor de toekomst. Dei verantwoordelijkheid ligt allereerst bij de kunstenaar, dus heeft Koster besloten ook het afgieten zelf met de meeste zorg en respect voor de natuur te omringen. Zo heeft Nynke een techniek ontwikkeld waarmee ze bloemen en planten kan afgieten zonder ze te oogsten noch te beschadigen. Niet alleen het beeld en de oppervlakte draagt hier de boodschap, maar ook techniek en materiaal zelf. Zo brengt Koster in dit werk natuur en architectuur samen, verleden, heden en de toekomst, die we nu aan het schrijven zijn.