0

Het Dossier: Reclining Figures

Het Dossier: Reclining Figures

Naar aanleiding van de tentoonstelling 'Reclining figures' schreef conservator Dick van Broekhuizen een uitgebreid dossier over het liggende figuur.

TRADITIE

In de beeldende kunst van Europa is de verbeelding van een liggende figuur een belangrijke traditie. Mijlpijlen in dit genre zijn de liggende figuren waaronder de Giorno in het grafmonument van Giuliano II de’Medici door Michelangelo (1526-31), De Venus van Urbino van Titiaan (1538), de Venus Victrix (Paolina Borghese) door Antonio Canova (1805-08), de Olympia van Manet (1863) en de Rivier van Maillol (1939-43).

TRADITIE

Schoonheids idealen

Over het algemeen straalt de liggende figuur ontspanning uit, en de genoemde voorbeelden worden door kunstbeschouwers gezien als uitingen van grote schoonheid. De ontspanning en intimiteit van de voorstelling zijn een balsem voor het oog.

Vaak zijn liggende figuren naakt. Daarom zijn erotiek en seksualiteit onderdeel van de beschouwing. De mannelijke figuur van Michelangelo (1475 – 1564) straalt meer activiteit uit dan zijn vrouwelijke counterpart in de tombe, maar die verschillen dan ook als Dag (Giorno) en Nacht (Notte).

De Venus Victrix van Canova (1757 - 1822), voor ons een voorbeeld van classicistische schoonheid, werd in de tijd zelf besproken als wel een heel onthullend portret van de zus van Napoleon Bonaparte.

Schoonheids
idealen

Deze sculptuur werd in de eerste periode van zijn bestaan alleen maar getoond in de beslotenheid van de woonverblijven van Camillo Borghese. 

De Olympia van Manet (1832 - 1883) was onderdeel van een openbaar gevoerde discussie, omdat de geportretteerde een publieke vrouw bleek te zijn. Het zelfbewustzijn dat deze Olympia uitstraalt, was voor negentiende-eeuwse critici van Manet niet te rijmen met haar ongegeneerde, blote, en daarmee voor hen pornografische seksualiteit, geen onderwerp voor zulk een groot schilderij. Tegenwoordig zien we dit schilderij als een verbeelding van zelfvertrouwen en vrouwelijk zelfbewustzijn.

Soorten liggen

De liggende figuur kenmerkt zich door een bepaalde beeldtaal, die specifiek is. De figuur is niet gepositioneerd zoals men in bed ligt te slapen, of in de doodskist ligt opgebaard. De figuur is juist levend, in rust. Het bovenlichaam is licht opgericht. De houding doet denken aan de Romeinse tijd, waarin mensen aanlagen aan een diner. Of aan het moment dat je tijdens vakantie genietend van zee en zon enigszins opgericht om je heen kijkt, tevreden met het mooie weer en de vrolijke omgeving.

Soorten liggen

Toch zijn associaties met slaap, de dood, kwetsbaarheid of de passiviteit van de horizontale positie allemaal verbonden met de beschouwing van het genre van de Reclining figure. Kunstenaars zoeken daarom de grenzen op van het standaardtype van de ietwat opgerichte figuur, want daarmee kunnen ze nieuwe betekenis toevoegen. 

De beeldhouwer Maillol (1861 - 1944) laat de figuur zweven, alsof zij in het water ligt of in de lucht zweeft. Zo wordt het lichaam een vorm in abstracte zin, het wordt een voorwendsel om een vorm in zwaar metaal te laten zweven in de ruimte. Het wordt een stromende vorm, die het stromen van de rivier bijzonder goed benadert in een menselijk lichaam.

Andere inzichten

De tentoonstelling toont voorbeelden van allerlei verschillende opvattingen van de Reclining Figure. Kunstenaars gaan niet alleen de concurrentie aan met de conventies en tradities, maar proberen nieuwe wegen te vinden in de visuele wereld van de verbeelding van het lichaam dat zich in de lengterichting in de ruimte uitbreidt.

Voor de kunstenaar Henry Moore (1898 - 1986) is de Reclining figure, in allerlei vormen, van groot belang geweest. Hij heeft talloze sculpturen gemaakt met de liggende figuur als thema, soms zelfs op een zeer abstracte manier. Museum Beelden aan Zee ontbeert een Reclining Figure van Henry Moore, maar heeft het Stedelijk Museum Amsterdam bereid gevonden om een voorbeeld van uitzonderlijke kwaliteit uit te lenen. De Two Piece Reclining Figure No. 4 (1961) is een bijzonder beeld.

Andere 
inzichten

Het bestaat uit twee vormen, die elkaar aanvullen tot één lichaam. Hier komen abstractie en de menselijke figuur samen in een vorm, die als je eromheen loopt, soms samensmelt tot een lichaam, soms separate trekken kent. Tussen de oogharen kijkend lijkt het beeld te bestaan uit twee rotsen, stenen, of rotspartijen, waarmee ook een landschappelijke kwaliteit van het lichaam door de kunstenaar wordt geaccentueerd. Het landschap is een genre dat in de sculptuur nauwelijks voorkomt, maar Moore heeft met deze liggende figuren een raakpunt gevonden. Dat maakt het een revolutionaire sculptuur.

Van David Jablonowski (1982) is de sculptuur in abstracto (Amsterdam UMC) een navolging van Moore. Het is een organische golf die de contouren van een liggende figuur volgt. 

De vorm van het menselijk lichaam wordt door verschillende kunstenaars zeer verschillend opgevat. De publiekslieveling Sluimerende Venus, een beeld van Jan Meefout (1915 - 1993), is juist geen golvende of landschappelijke vorm, maar een blok marmer, waarin de kunstenaar de Venus heeft zien slapen. Met enkele bewegingen, waarbij de integriteit van het materiaal onaangetast blijft, toont Meefout ons de Venusfiguur in alle zachtheid, zoals zij als een stuk meerschuim uit de zee kan worden geboren. 

Het verschil tussen innerlijk en uiterlijk is een thema dat in de Reclining Figures van Karin Arink (1967) en Haroon Gunn-Salie (1989) te zien is. Bij Arink zijn de Zusjes een soort holle hulzen, een liggende tweeling in foetushouding, zwevend tussen aanwezig zijn en de dood, of tussen vervuld zijn en on-ingevuld. Gunn-Salie toont ons eveneens een half opgerichte figuur, een lege huid, een figuur zonder inhoud.

Echt klassieke vormen zijn te vinden bij de voorbeelden van Charlotte van Pallandt (1898 - 1997) en Urs Fisher (1973), en bij de kleinplastiek van Fred Carasso (1899 - 1969). Carasso is altijd bezig met de kunst van zijn geboorteland Italië, en dan vooral de kunst van oudere volkeren zoals de Etrusken. Een liggende figuur, hier op klein formaat, kan de kracht behouden van een monumentaal formaat. Ook Van Pallandt heeft een kleine terracotta gemaakt die de tijd nog steeds heeft doorstaan. Het is een weergave uit het ijzeren repertoire van de liggende figuur. Toch raakt het beeld een snaar, het straalt de melancholie uit, een verlangen naar een tijd die niet meer weerkeert. Het beeld getiteld 6, van de hand van Urs Fisher, is een beeld in een reeks. Het toont een historische, liggende figuur op een chaise longue. Alles is heel schetsmatig en grof gemodelleerd, en de brokstukken liggen naast het beeld, alsof je kijkt naar een archeologische opgraving, of een beeld dat oprijst uit een ruïne. Als we dan in de tijd terechtkomen waar Van Pallandt naar verlangt, dan blijkt de werkelijkheid harder te zijn dan je zou willen. Bijzonder mooi is de beschildering, kleuren die opgebracht zijn als heldere bloemen op de stenen massa’s. 

Op de Lichthof staan twee beelden opgesteld: de Mens en Krokodil van Mimmo Paladino (1948), en de Couple van Frank Letterie (1931-2025). Strikt genomen zijn dit geen Reclining Figures. Daarom staan ze ook buiten, en zijn ze te zien vanuit de zaal. De Paladino is een bijzonder beeld, want het toont een figuur in foetushouding, in groen keramiek, dat een uitstraling van jade heeft. De krokodil is ietwat stijfjes op de liggende figuur geplaatst. Het geheel doet denken aan tempelsculptuur in Azië. De foetushouding is een parallel met de Zusjes van Karin Arink. Het witmarmeren beeld van Frank Letterie, heeft visuele raakvlakken met de marmersculptuur van Meefout. 

Werken in de tentoonstelling

Henry Moore (UK, 1898-1986)
Two Piece Reclining Figure
1961
brons
collectie Stedelijk Museum Amsterdam, schenking kunstenaar / gift of the artist

Henry Moore is zonder twijfel één van de belangrijkste Engelse kunstenaars van de twintigste eeuw. Zijn fascinerende beelden balanceren op de scheidslijn tussen figuratie en abstractie en vormen nog altijd een bron van inspiratie voor tal van kunstenaars. Belangrijke thema’s in zijn oeuvre zijn ‘moeder en kind’ en ‘liggende mensfiguren’ die beide door Moore uitgebreid werden onderzocht. 

Moore neemt vanaf de jaren twintig deel aan talloze tentoonstellingen, verkocht geregeld werk, kreeg opdrachten en verwierf op deze manier naam als belangrijk avant-garde beeldhouwer.

De Tweede Wereldoorlog bracht deze positieve ontwikkelingen echter tijdelijk tot stilstand. Henry Moore werd gedwongen om een functie als oorlogskunstenaar te aanvaarden. In die hoedanigheid maakte hij aangrijpende tekeningen, zogenaamde ‘shelter drawings’, van Londenaren die in metrostations schuilden voor de bombardementen.

In de jaren vijftig maakt hij grotere figuurgroepen. De prijzen voor zijn werk stegen aanzienlijk en zijn roem als internationale kunstenaar bleef toenemen. In latere jaren was hij commissaris van zowel de Tate Gallery als de National Gallery en mocht hij een groot aantal prijzen en eredoctoraten in ontvangst nemen.

Het werk van Moore is wereldwijd aanwezig in alle belangrijke musea en is opgesteld in de openbare ruimte. Ook in Nederland is hij vertegenwoordigd in vooraanstaande museale collecties, waaronder die van het Stedelijk Museum Amsterdam, Kunstmuseum Den Haag, Museum Arnhem en Museum Kröller-Müller.


David Jablonowski (DE, 1982)
Lying Figure on Pedestal
2009
Hout, gips, pigment, koper, keramiek
Kunstcollectie Amsterdam UMC

Jablonowski is een Duitse kunstenaar, sinds 2007 werkzaam in Nederland. Hij studeeerde aan de Gerrit Rietveld academie en aan de Ateliers. Hij is als kunstenaar onder andere geinteresseerd in de ontwikkeling van communicatietechniek en technisch reproduceerbare code, naast de esthetische presentatie van kennis en informatie. Ook is hij geïnteresseerd in de kunstgeschiedenis en de verbinding van zijn werk met de traditie.


Charlotte van Pallandt (NL, 1898-1997)
Liggende figuur leunend op linkerarm
1941
Terracotta
Collectie museum Beelden aan Zee

Zowel in haar leven als in haar werk kende Charlotte van Pallandt de traditie en koos zij steeds voor vernieuwing. Zij werd pas beeldend kunstenaar op vierentwintigjarige leeftijd, nadat haar huwelijk, gearrangeerd door haar aristocratische familie, was gestrand. Na een studie schilderen aan de vrije academie in Lausanne nam zij in Parijs les bij de kubistische schilder André Lhote, waar zij onderscheid leerde maken tussen nabootsing en constructie. Een jaar later besloot zij beeldhouwer te worden en nam les bij de beeldhouwer Charles Malfray, van wie zij compositie en constructivistische analyse van het onderwerp leerde. In 1930 vestigde zij zich in Nederland als zelfstandig kunstenaar. Zij richtte zich op klassieke motieven: volledige figuren en portretten. Beïnvloed door Maillol, die zij in Parijs ontmoette, maakte zij stoere, gesloten gebeeldhouwde vormen. In de jaren vijftig begon haar meest vruchtbare periode wanneer zij gaat werken met het expressieve kunstenaarsmodel Truus Trompert. Een groot deel van haar oeuvre bestaat uit portretten, die een steeds grotere intensiteit en aanwezigheid krijgen en behoren tot de hoogtepunten van de Nederlandse portretkunst. Zij achtte de gelijkenis met de geportretteerde ondergeschikt aan de constructie van het beeld. De huid van haar beelden is gevarieerd: soms glad gepolijst, dan weer geërodeerd of sporen van het modelleren tonend. Van Pallandt wordt beschouwd als een van de belangrijkste beeldhouwers van Nederland. [met dank aan Antoinette Moorman]


Fred Carasso (NL, IT 1899-1966)
Liggende figuur
ca. 1955
Terracotta
Collectie museum Beelden aan Zee

Federico Antonio Carasso belandde in 1922 in Nederland, nadat hij als bevlogen communist de noodzaak voelde te moeten vluchten voor het Italiaanse fascistische regime. Hij was in Piemonte geboren. In Amsterdam begon hij zich te ontwikkelen als een belangrijke vertegenwoordiger van zijn generatie van beeldhouwers. Hij is bekend van het grote Rotterdamse beeld De Boeg (1957 onthuld), een oorlogsmonument ter herinnering aan de 3500 slachtoffers die vielen in de Nederlandse  koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog. In zijn figuratieve plastiek baseert hij zich vaak op de kunst van de Etrusken. De kunstbibliotheek van Fred Carasso is ter inzage in de bibliotheek van het museum.


Jan Meefout (NL, 1915-1993)
Liggende vrouw
1975-1980
Olijfhout
Collectie museum Beelden aan Zee

Jan Meefout woonde en werkte in Amsterdam. Hij was een leerling van Frits van Hall en Jaap Kaas, daarna studeerde hij aan de Rijksakademie bij Jan Bronner.

Aanvankelijk een beeldensnijder in hout, hakt hij later zijn sculpturen uit graniet, kalksteen, zandsteen, hardsteen en marmer. De steen blijft altijd herkenbaar in het beeld. Om in leven te blijven restaureert hij aanvankelijk meubels voor antiquairs maar krijgt later veel beeldhouwopdrachten voor publieke werken. Van 1970-1980 doceert hij houtbewerken aan de lerarenopleiding te Amsterdam. Zijn leven lang heeft hij met tederheid gewerkt aan zijn geliefd thema: de vrouw. De vele vrouwelijke naaktfiguren in zijn oeuvre combineren oerkracht en moederschap met zinnelijkheid en intimiteit. Zijn werkwijze is heel precies: na een lange tijd de steen te hebben bekeken  hakt hij feilloos het beeld eruit, dat inmiddels duidelijk in zijn hoofd vorm heeft gekregen. 


Jan Meefout (NL, 1915-1993)
Sluimerende Venus
1984
Marmer
Collectie museum Beelden aan Zee

Hans Op de Beeck (BE, 1969)
Aline (2)
2016
Gepigmenteerd gips, coated polyester, hout
Collectie museum Beelden aan Zee, particuliere schenking.

Hans Op de Beeck werd in 1969 geboren in Turnhout, België. Hij woont en werkt in Brussel, België.

Zijn belangrijkste tentoonstelling vond plaats in 2025, in het Kon. Mus. Voor Schone Kunsten in Antwerpen. De titel was Nachtvlucht. Deze tentoonstelling, geheel in het duister uitgelicht en bestaande uit in matgrijs gepoederverfde beelden, toonde een mengeling van realistische en surrealistische landschappen en verblijfplaatsen, bevolkt met evenzovele vreemde en echte dieren en mensen. Het gebrek aan kleur werd door de kunstenaar aangevuld met allerlei beelden en en ideeën, uit de wereld van het circus, de wereld van de standbeelden, de wereld van de maquesttes, met soms een Aziatische of exotische sfeer. Gehuld in stilte lijken de figuren en plekken te bestaan in de fantasie, of worden ze objecten van reflectie, of van herinnering. 


Gooitzen de Jong (NL, 1932-2004)
Liggende
1986
Klei
Collectie museum Beelden aan Zee

Gooitzen de Jong studeerde aan de AKI in in Enschede en aan de Rijksakademie. Hij doceerde in Enschede en Groningen, en was van 1961-1976 stadsbeeldhouwer van Enschede.Hij was winnaar van de Prix de Rome in 1959. Werk van De Jong is op verschillende openbare plekken in Nederland, het meest in Enschede, te zien. 


Waldemar Grzimek (DE, 1918-1984)
Liggende slapende figuur
ca. 1973
Brons
Collectie museum Beelden aan Zee, schenking erven Grzimek

De Duitse beeldhouwer Waldemar Grzimek was al actief voor de Tweede Wereldoorlog, maar zijn oorlogsverleden is niet problematisch, hoewel hij in 1942 nog de Prix de Rome wint, tijdens zijn diensttijd in de Kriegsmarine. Grzimek wordt docent in 1946, werkt in Halle, Berlijn en Darmstadt, en wordt in 1964 genodigd voor Dokumenta III. Hij is bekend van beelden in de openbare ruimte, waaronder het Heinrich-Heine Denkmal in Berlijn en een herinneringsmonument in concentratiekamp Sachsenhausen (nabij Berlijn) uit 1960.


Mimmo Paladino (IT, 1948)
Uomo e coccodrillo
1994
Keramiek
Collectie museum Beelden aan Zee

Mimmo Paladino komt uit Napels en studeerde in Benevento. Gedurende zijn loopbaan bediende hij zich van allerlei materialen en technieken. Zo begon hij vooral als schilder, tekenaar, en in de jaren tachtig begon hij druktechnieken te onderzoeken. 1982 exposeerde hij op Dokumenta 7. Hij reisde na 1982 veel: Brazilië, Egypte. Dat bracht hem tot het gebruik van kleur in sculptuur, hij raakte geïnteresseerd in ‘primitivistische’ voorbeelden uit het oude Egypte of Afrikaanse of Zuid-Amerikaanse oude culturen.

Frank Letterie (NL, 1931-2025)
Couple
ca. 1980
Marmer
Collectie museum Beelden aan Zee, schenking kunstenaar

Frank Letterie studeerde in Eindhoven bij Kees Bol, en aan de KABK in Den Haag bij Dirk Bus en Henri van Haaren. Rijksakademie in 1958-1960, waar hij les kreeg van Piet Esser. Zijn werk is door heel Nederland in de openbare ruimte te zien. Letterie was ook een vruchtbaar penningmaker.


Karin Arink (NL, 1967)
Zusjes
1994
klei
Collectie museum Beelden aan Zee

In het werk van Karin Arink  staat het lichaam centraal. Niet als uiterlijke verschijning, maar lichaam en lichaamshouding als drager van ervaringen. 

Arink ziet het lichaam onder meer als een façade waarachter je je kan verschuilen, als een plek voor een ander en als vorm van het bestaan. Bovendien beschouwt ze het lichaam als woonplaats voor ‘het ik’, als capsule voor onze ongrijpbare en uiteenlopende identiteiten die mede in de ontmoeting met ‘de ander’ worden gevormd. In haar werk probeert ze die abstracte ideeën en existentiële vragen visueel te vangen. Zo is elk beeld een fysieke vorm van een bepaalde staat van ‘zijn’. 

Urs Fischer (CH, 1973)
6
2014
Brons, olieverf
The EKARD Collection

Het lichaam wordt in de kunst van Urs Fischer ruwweg in drie onderwerpen verdeeld: het skelet, het vrouwenlichaam en het zelfportret. De lichamen zijn eigenlijk nooit ‘heel’, steeds wordt er een vorm van vergankelijkheid getoond. Fischer maakte een zelfportret van  kaarsvet. Als je de lont aansteekt verdwijnt de kunstenaar  langzaam. Vergankelijkheid is zeker een thema bij Fischer. 

Urs Fischer laat in zijn werk datgene zien wat onze tijd karakteriseert, maar hij laat het zien op een historische manier, in traditionele thema’s, die hij verruïneert en die de melancholie naar vroeger totaal ontkennen. Om het heden te begrijpen moet je wel degelijk de geschiedenis zien, maar die geschiedenis is geen makkelijke chaise longue, om je eens lekker op uit te strekken, maar is gemaakt van brokstukken die soms een kleur hebben, soms oplichten, en verderop je weer doen beseffen: het valt allemaal uit elkaar.


Haroon Gunn-Salie (SA, 1989)
Sunday Best
2012
brons
The EKARD Collection

Gunn-Salie is een activistische kunstenaar uit Kaapstad, waar hij ook heeft gestudeerd. Hij gebruikt allerlei materialen en technieken. Door zijn kunst wenst hij de maatschappij echt te veranderen, een noodzaak die in Zuid-Afrika steeds duidelijk wordt gevoeld. In zijn beelden gebruikt hij vaak e buitenkant, de kleding, de lege huls om aan te tonen, dat die buitenkant leeg van binnen is.